In het spoor van monniken en pausen Deel 1: Bourgogne

WINELIFE augustus/september 2016

In het spoor van monniken en pausen: Bourgogne en Rhône door een andere bril

Middeleeuwse monniken die de Grand Cru’s uitvonden en er elke dag van dronken, rellende pausen die wijngaarden lieten aanleggen in Zuid-Frankrijk maar zelf liever een fles Bourgogne wegtikten… Een trip door de religieuze wijngeschiedenis van de Bourgogne en Châteauneuf-du-Pape!

Monk_sneaking_a_drink WikiCommonsOp de autoroute A31 passeren we bij Dijon het bord ‘Vous êtes en Bourgogne’. Ook al blijft het een snelweg, het voelt als het betreden van heilige grond. Als je aan de Bourgogne denkt, denk je aan Chardonnay en Pinot Noir, aan Premier Cru’s en Grand Cru’s. En als je daaraan denkt, denk je aan… monniken. Wat Dom Pérignon voor de Champagne heeft betekend, betekenden zijn collega-monniken al vele eeuwen eerder voor de wijnbouw in het algemeen, en voor de Bourgogne in het bijzonder. We beginnen voor het gemak bij het jaar 0. Het Romeinse Rijk was op zijn hoogtepunt en daarmee floreerden de wijnbouw en wijnconsumptie in bijna heel Europa. De Romeinen verspreidden de wijnbouw tot aan de noordelijke grenzen van hun rijk, zelfs in de zuidelijke helft van Engeland en Nederland werden druiven geteeld en wijn gemaakt. Wijn hoorde bij de eerste levensbehoeften: soldaten kregen een deel van hun salaris uitbetaald in wijn, arm en rijk dronken het dagelijks in grote hoeveelheden. Het leven was goed. Vanaf de vierde eeuw werd het christendom de staatsgodsdienst in het Rijk. Sint Maarten – tegenwoordig vooral bekend van de lampionnen – zou de eerste monnik geweest zijn die zich serieus bezighield met de wijnbouw. Het schijnt dat hij de eerste wijngaard in Vouvray (Loire) aanplantte en dankzij zijn vreetgrage ezel het positieve effect van snoeien ontdekte.

Hoofdkantoor Cluny

Cluny abdij
De Abdij van Cluny

Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw begonnen de donkere middeleeuwen. Hoewel er over die periode weinig bekend is, weten we dat het een periode van verval was: leiding en orde ontbraken, hele volksstammen zwierven kriskras door Europa, op zoek naar een beter leven. De Germanen, door de Romeinen barbaren genoemd, hielden stevig huis. Er was honger, ziekte, armoede, kortom: chaos. Veel wijngaarden werden vernietigd door de Germanen en in Zuid-Europa ook door de Moren. De wijnbouw was bijna ter ziele gegaan, ware het niet dat christelijke monniken sommige wijngaarden van de ondergang konden redden. Zij hadden wijn nodig voor de dagelijkse Mis, waarin brood (‘het lichaam van Christus’) wordt gegeten en wijn (‘het bloed’, dat trouwens ook wit mag zijn) wordt gedronken om Jezus te gedenken. De eerste echte kloosterorde was die van Benedictus (480-547). De in het zwart geklede benedictijnen leidden een leven van bidden en werken, ‘ora et labora’. Toen zij in 630 de abdij van Bèze stichtten, schonk de hertog van Neder-Bourgondië hun wijngaarden bij Gevrey, Vosne en Beaune. Om goede vriendjes te blijven met de monniken, maar vooral met God – en misschien ook wel in ruil voor wijn. Van Karel de Grote kreeg een andere benedictijnse afdeling in 775 de naar hem vernoemde wijngaard Corton-Charlemagne. De orde van de abdij van Cluny werd na de oprichting in 910 de machtigste, rijkste en grootste van alle benedictijnen. Hun filialen verspreidden zich door de hele Bourgogne en rest van Europa. Het hoofdkantoor in Cluny, bij Mâcon, was tot aan de bouw van de Sint Pieter in Rome de grootste kerk ter wereld.

Decadent

K bij kruis Montrachet2
Puligny-Montrachet

De cluniacenzers kochten en kregen nóg meer wijngaarden; zo schonk de hertogin van Bourgondië in het jaar 1232 grote delen van de huidige grand cru wijngaarden La Romanée-Conti en Romanée-Saint-Vivant, in de Côte de Nuits, aan de Cluny-abdij van Saint-Vivant. Cluny bezat ook een enorm wijngaardareaal in de Côte Chalonnaise, de Mâconnais, rond Gevrey-Chambertin, in Meursault (dat zichzelf nog steeds trots ‘Site Clunisien’ noemt), Auxey-Duresses, Puligny-Montrachet, Santenay, en ga zo maar door… Eeuwenlang bleef Cluny de grootste wijngaardbezitter in Bourgondië. Het hoogtepunt van hun macht beleefden deze monniken in de elfde eeuw, toen ze meer dan 1100 kloosters bezaten. Kloosters waren zelfvoorzienende business units, waar de monniken hun eigen graan, groenten, fruit en kruiden verbouwden en vee hielden. Ze werkten op het land, bakten brood, brouwden bier en maakten wijn, waarvan ze ook flink wat verkochten. De rest van de tijd was voor gebed en studie. Veel kloosters verzorgden ook onderwijs, armen- en ziekenzorg. Omdat er aan geld geen gebrek was, werden er steeds vaker leken ingehuurd om het zware werk te doen. In 1098 stichtte de benedictijner monnik Robertus zijn eigen orde in Cîteaux, bij Nuits-Saint-Georges, met als doel dat de Regel van Benedictus daar strenger nageleefd zou worden. Die andere, ijdele benedictijnen leidden volgens hem maar een decadent leven, met te veel comfort, eten en wijn.

Meursault Site Clunisien

Cîteaux: soberheid én wijn

Beaune à Cluny par le vignoble
Route ‘Beaune-Cluny par le vignoble’

Ook deze kloosterorde van Cîteaux werd door de paus erkend en beleefde in de twaalfde eeuw, onder de leiding van de charismatische Bernardus van Clairvaux, een stormachtige groei. In de dertiende eeuw waren er 3400 cisterziënzer kloosters, waarvan 1400 voor vrouwen. De cisterciënzers gingen gekleed in het wit en leidden een extreem sober en zwijgzaam leven. Ook de kerken waren strak en sober, om zich volledig op God te kunnen richten. Gezond was zo’n spartaans leven niet echt: de levensverwachting van deze hardliners lag rond de 28 jaar… De toenmalige hertog van Bourgondië schonk hun in 1098 meteen een wijngaard in Meursault, Le Vieux Clos. En omdat de cisterziënzers uiteraard niet aan verspilling deden, werd wijnbouw zelfs hun specialiteit. Ze hadden veel arbeidskracht, kelders en opslagruimten, konden kalenders bijhouden en daardoor goed plannen. Zij hadden de geletterdheid en tijd om systematisch te werken en bij te houden welke planten waar het best groeien, hoe lang bepaalde wijn kon rijpen, enzovoort. Ze pakten het wijngaardbeheer stelselmatig aan en brachten alle percelen en perceeltjes (cru’s) die ze bezaten nauwgezet in kaart. Het waren de cisterciënzer monniken die, dankzij hun extreme discipline en vlijt, voor revoluties zorgden in de landbouw en aan de wieg stonden van het officiële classificatiesysteem van grand en premier cru wijngaarden in de Bourgogne. ‘Geef de cisterciënzers een woestijn en een paar jaar later heb je een abdij te midden van bloeiende akkers en wijngaarden,’ zei Gerald van Wales rond 1200.

Proeven

Meursault
Meursault

Tegenwoordig is Le Vieux Clos eigendom van het domaine van Philippe Bouzereau, Château de Cîteaux. Op hun Terrasses de Cîteaux kun je, uitkijkend over deze historische wijngaard van Meursault, de wijnen van verschillende terroirs naast elkaar proeven en genieten van al dat monnikenwerk dat eeuwen geleden is verricht… Een prachtige gelegenheid om te proeven hoe enkele tientallen meters afstand of hoogteverschil en een net iets andere bodem of leeftijd van de stokken verschil kunnen uitmaken in een wijn die van dezelfde druif en op dezelfde manier is gemaakt. Voor een stukje Bourgogne in Nederland kun je trouwens terecht bij Albrecht & Janssen op de Reguliersgracht in Amsterdam. Ook hier is het mogelijk om allerlei prachtige Bourgognewijnen te proeven, dankzij het Coravin-systeem.

Grand Cru

Raphet PORTAIL CLOS VOUGEOT JL BERNUY
Clos de Vougeot Foto: JL Bernuy

In 1110 kregen de monniken van Cîteaux hun eerste stuk land in Vougeot. In 1162 volgde de rest en mochten ze er van de hertog een muur omheen bouwen (‘clos’). Citeaux kreeg ook delen van de huidige grand cru’s La Tâche, Richebourg, Echézaux en wijngaarden in Musigny, Vosne, Meursault en Auxey-Duresses in handen en kochten onder andere de wijngaarden in Chablis van de benedictijnen. De damesafdeling kocht bijvoorbeeld de tegenwoordige grand cru’s Clos de Tart en Bonnes Mares. Op de 50 hectare van Clos de Vougeot werd zowel witte als rode wijn gemaakt, die werd beschouwd als de beste van alle Bourgognes. De monniken hielden precies bij wat voor specifiek terroir elke wijngaard had, en welke cru’s de beste resultaten opleverden. Al snel bestemden ze hun onderste wijngaarden voor wijn voor de monniken, het middengedeelte voor de hogere geestelijken en de hoogst gelegen stokken van hun domein (die hier ‘à mi-côte’ liggen) voor de paus.

closdevougeot JL Bernuy
Clos de Vougeot Foto: JL Bernuy

De oude wijnpers staat nog steeds in het Château du Clos de Vougeot, dat in de zestiende eeuw om het klooster annex wijnboerderij heen werd gebouwd. Clos de Vougeot bleef ruim zes eeuwen van de cisterciënzers, tot aan de Franse Revolutie in 1789: toen werden alle kerkelijke bezittingen geconfisqueerd en verkocht. Later kwam daar nog de erfwet van Napoleon bij, met als resultaat dat de 50 hectare grand cru wijngaard inmiddels verdeeld is over 93 eigenaren. Het kasteel is sinds 1944 het hoofdkwartier van het elitaire wijngenootschap La Confrérie des Chevaliers du Tastevin. Sinds juli 2015 is het complex samen met veel andere mooie cru’s in de Côte-d’Or erkend als Unesco Werelderfgoed, dit dankzij de jarenlange campagne van Aubert de Villaine, mede-directeur van Domaine de la Romanée-Conti.

In de volgende editie rijden we via de A6 en A7– langs plaatsen als Chalon, Mâcon, Condrieu, Tain-l’Hermitage en Cornas – naar de zuidelijke Rhône. Naar andere heilige wijngrond, waar ooit pausen wijn maakten, een wijn die later mythische proporties zou krijgen… Lees daarover binnenkort meer in Deel 2: Châteauneuf-du-Pape.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief (en gegarandeerd verder niks!)

Meest recente berichten

Recente reacties

Archief

Categorieën

Meta

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *